Toepassingen van echoscopie

Het in beeld brengen van je ongeboren kindje !!!

Toepassingen van echoscopie zijn er inmiddels volop, maar de leukste toepassing is en blijft:

Het in beeld brengen van je ongeboren kindje !!!

toepassingen-van-echoscopie-1

Tussen 1985 en 2000 heeft het echoscopisch onderzoek een niet meer weg te denken plek verworven in het ‘zwangerschapscircuit’ tussen bevruchting en bevalling. Tegenwoordig is verloskundige zorg zonder echoscopie moeilijk voorstelbaar. Als je zwanger bent in Nederland worden er in principe minimaal 2 medische echo’s gemaakt, de termijnecho en de 20 weken-echo. Echter….bij een medische echo is de beschikbare tijd relatief beperkt en is er niet altijd de gelegenheid om je kindje uitgebreid te bewonderen. Gelukkig is het ook mogelijk om zónder medische indicatie een echo te laten maken! Dit heet ook wel een ‘pretecho’. Hierbij wordt alle tijd uitgetrokken voor het maken van duidelijke en voor ouders herkenbare beelden Het is niet noodzakelijk, maar wel ontzettend leuk om je kind in alle rust te kunnen zien bewegen, puur genieten dus van mooie, lieve plaatjes, even alle aandacht voor jou en je kindje. Bovendien bevordert het zien van het echoscopische beeld van je ongeboren kindje de emotionele band tussen jou en je kindje!

Een stukje geschiedenis

toepassingen-van-echoscopie-2
Tegenwoordig associëren veel mensen echoscopie uitsluitend met zwangerschap, terwijl de techniek niet met het oog op foetale diagnostiek is ontwikkeld. Vroege vormen van echoscopie vinden we in het begin van de twintigste eeuw. Na de ramp met de Titanic in 1912 ontwikkelde een Britse ingenieur een techniek om met behulp van geluidsgolven ijsbergen op te sporen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de ‘sonar’, zoals de echo toen heette, ingezet om onderzeeërs op te sporen.

Rond 1930 volgden de eerste experimenten met medisch diagnostische toepassingen van echoscopie. De Schot Ian Donald ontdekte bij toeval dat foetussen in een zeer vroeg stadium m.b.v. ultrageluid zijn te zien. In 1961 werd door hem voor het eerst de afstand van oor tot oor bij een babyhoofdje gemeten. De techniek werd daarna door andere onderzoekers steeds verder uitgebreid en verfijnd. In 1962 kwam het eerste echo-apparaat voor klinisch gebruik op de markt en in de jaren daarna werden steeds meer spreekkamers van gynaecologen uitgerust met ultrageluidsapparatuur. In 1975 werd ook het Doppler-principe opgenomen in het ontwerp van echo-apparaten, waardoor richting en snelheid van bloedstromen in kleur zichtbaar werden. In de korte geschiedenis van de echoscopie zijn er grote sprongen gemaakt, en de top is nog steeds niet bereikt. Echobeelden worden steeds preciezer en de mogelijkheden voor het gebruik nemen nog steeds toe. Dat hangt ook samen met de ontwikkeling van computers en de capaciteit ervan. Echoscopie wordt in toenemende mate ingezet voor onderzoek van onderdelen van het lichaam die eerder moeilijk of niet zichtbaar waren en als hulpmiddel bij het uitvoeren van behandelingen.

Wat kan een echo ons allemaal laten zien?

Inmiddels kunnen vele gynaecologische aandoeningen m.b.v. echoscopie onderzocht worden en wordt echoscopie ook volop ingezet bij vruchtbaarheidsonderzoek en -behandeling.

Bij een jonge zwangerschap kan er gekeken worden of er sprake is van een intacte zwangerschap: is er een kloppend hartje te zien en zijn alle structuren aanwezig die bij de duur van de zwangerschap passen ? Bovendien kun je op een vroege echo goed zien of er sprake is van een meerling. Op grond van jarenlange ervaring met echoscopie zijn er gemiddelde groeicurven vastgesteld. Bij de eerste echo, de termijnecho, wordt het embryo gemeten om zo nauwkeurig mogelijk de zwangerschapsduur en de uitgerekende datum te bepalen. Deze echo wordt verricht tussen de 8 weken + 4 dagen en 12 weken+ 6 dagen . De tweede echo is de 20 weken-echo oftewel Structureel Echoscopisch Onderzoek, hierbij wordt onderzoek gedaan naar lichamelijke afwijkingen bij je ongeboren kindje. Er wordt uitgebreid gekeken naar de anatomie, de ontwikkeling van de organen, de groei van je kindje en de hoeveelheid vruchtwater. Soms is het nodig om in een gespecialiseerd centrum verder onderzoek te laten verrichten. Ook kunnen aanstaande ouders overwegen om een combinatietest te laten doen bestaande uit een bloedonderzoek bij de zwangere tussen 9 en 14 weken zwangerschap en een echo-onderzoek (nekplooimeting) tussen 11weken + 3 dagen en 14 weken zwangerschap. Met de combinatietest worden de kansen berekend op een kindje met het syndroom van Down, het syndroom van Patau en het syndroom van Edwards.

De verloskundige of gynaecoloog kan indien nodig een groeiecho, een liggingsecho of een placenta-lokalisatie aanvragen. Tevens vinden in het ziekenhuis vele ingrepen plaats onder echoscopische begeleiding zoals een vlokkentest, een vruchtwaterpunctie en het draaien van een baby in stuitligging.

toepassingen-van-echoscopie-3